De klimaatverandering is in volle gang en de impact ervan zal van nooit geziene omvang zijn in onze hedendaagse maatschappij. ​

Maar hoe kunnen we klimaatverandering bestrijden?

 

Is het niet aan onze overheden om maatregelen te nemen? Doen die wel genoeg? Waarom doen ze niet méér? ​

Op deze pagina leggen we uit wat overheden met hun aanpak in de strijd tegen klimaatverandering wel en niet kunnen bereiken.

Overheden

 
Wat is er al gedaan?

De milieuproblematiek staat sedert de jaren '70 op de agenda van internationale conferenties. Om de paar jaar worden nieuwe conferenties georganiseerd om kaders te creëren vanwaaruit internationale akkoorden inzake milieubeleid bereikt kunnen worden.  

Vaak worden de milieudoelstellingen gelinkt aan sociale en economische ontwikkeling; dat was bijvoorbeeld het geval voor de VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling (ook bekend als de Top van Rio) en de Milleniumdoelstellingen.

Klimaatverandering is pas op de agenda van internationale onderhandelingen komen te staan sedert het Kyoto-protocol (1993), waarbij landen voor het eerst vrijwillig een intentieverklaring ondertekenden met het oog op vermindering van CO₂.

In 2015, na meer dan 30 jaar internationale conferenties, werd de veruit belangrijkste overeenkomst inzake klimaatverandering, het Akkoord van Parijs (COP21), ondertekend.

Ondanks hun inspanningen zijn tot op heden de internationale regeringen er nog niet in geslaagd de uitstoot van broeikasgassen te doen dalen.

 

 

Ondanks 25 grote internationale milieuconferenties, is de uitstoot van door menselijke activiteiten veroorzaakte broeikasgassen tussen 1970 en 2010 met 80% gestegen

Source - Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)

 

Bronnen:

Bron - United Nations Framework Convention on Climate Change

Bron - Wikipedia

Bron - Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)

 

Overheden kunnen burgers en bedrijven aanmoedigen om minder broeikasgassen uit te stoten door activiteiten met lage CO₂-uitstoot te subsidiëren en die met hoge uitstoot te belasten.

Gezien de ernst en de urgentie van het dreigende gevaar, hebben een aantal landen de voorbije jaren beloften gedaan met het oog op het verminderen van hun uitstoot in de toekomst. Enkele voorbeelden:

  • Zweden belooft tegen 2045 alle broeikasgas-activiteiten te weren.
     

  • De Europese Unie heeft toegezegd om haar uitstoot met 40% te verminderen.
     

  • China heeft beloofd zijn uitstoot te laten pieken tegen 2030.

Source - Climate Action Network International

Wat KUNNEN overheden doen?

 

Bronnen:

Bron - Reuters

Bron - Euopean Commission

Bron - Climate Action Tracker

Bron - The Climate Action Network (CAN)

 

De laatste jaren hebben een groot aantal landen beloften i.v.m. de uitstoot van broeikasgassen gedaan. Er moet echter rekening worden gehouden met 3 belangrijke feiten: ​

  • De beloften voor 2030 zijn veruit de meest ambitieuze ooit op internationaal niveau.​

  • Er zijn nu al serieuze zorgen rond het nakomen van deze beloften.

  • Zelfs als al de toezeggingen van de COP21 voor 2030 gerealiseerd worden, betekent dat voor de meeste westerse landen dat nog 80% van de uitstootverlaging in de periode 2030-2050 waargemaakt zal moeten worden.

Source - Climate Action Tracker

Wat doen regeringen NIET?

Source - Climate Action Tracker

Als internationale gemeenschap:

Doen we beloften die we nog nooit zijn nagekomen

​Zijn we niet op schema om deze doelen te bereiken ​

Duwen we 80% van het werk voor ons uit, tot na 2030

 

Bronnen:

Bron - Climate Action Tracker

Bron - The Independent

Bron - European Commission

 
Waarom doen overheden niet méér?
Een aantal factoren eigen aan onze moderne samenleving, hebben het succes van overheidsacties zowel in het verleden als in het heden beperkt in het verwezenlijken van de klimaatdoelstellingen.

1.Internationaal niveau

Omdat klimaatverandering een internationaal probleem is, moeten regeringen onderling nauw met elkaar samenwerken. De eerste succesvolle poging tot internationale samenwerking in onze globale samenleving dateert van amper 72 jaar geleden. 

 

Sedert de oprichting van de Verenigde Naties is gebleken hoe ingewikkeld en haast onmogelijk het soms is om 190 landen op één lijn te krijgen. ​

En ook op kleinere schaal ondervindt de Europese Unie dat een beleid dat door 28 lidstaten onderschreven wordt, voordelen heeft, maar moeilijk tot stand te brengen is. ​​

2. “Top-down” benadering

Er is al veel onderzoek gedaan naar de positieve en negatieve punten van een beleid van boven af. Het blijkt dat hoe groter de organisatie, des te groter: 

  • Het risico op een beleid dat niet aangepast is aan de lokale behoeften
     

  • Het risico van een toenemende bureaucratie, traagheid en zelfs corruptie in de toepassing.

3. Lange versus korte termijn

Klimaatverandering is een probleem dat een engagement op lange termijn vereist.


Democratische regeringen worden echter verkozen voor een termijn van 2 tot 5 jaar. Dat wil zeggen dat hun kiezers oordelen over herverkiezing in deze 2 tot 5 jaar en dus niet vaak belonen voor een langetermijnvisie.

​​

3. Verkozen vertegenwoordigers zijn een afspiegeling van de maatschappij

​In een democratie vertegenwoordigen politici hun kiezers zo goed mogelijk. ​

Dat betekent logischerwijs dat onze vertegenwoordigers in de regering de maatschappij weerspiegelen en normaal gezien geen beleid voeren dat niet door hun kiezers gewenst is.

Met andere woorden:

Dit systeem is een garantie voor democratie, maar het leidt niet tot lange-termijn denken

Als wij niet bereid zijn om de nodige offers te brengen in de strijd tegen klimaatverandering, zullen onze politici dat ook niet doen

Source - The Straits Times

 

Bronnen:

Bron - The Straits Times

Bron - Harvard University - 'Representing Future Generations'

Bron - Oxford University - 'Now for the Long Term'

Bron - University of Vermont - 'Rationality and politics in long-term decisions'